Getagd: Multicultureel

ContraClowns

Groot alarm vandaag bij het AD op de voorpagina.

De meerderheid van Den Haag is niet langer ‘van Nederlandse origine.’

Dat nieuws wordt verder niet in een context geplaatst. Dat is nergens voor nodig, het is 2012.

Dat nieuws krijgt dus een poll: het maatschappelijk debat als talentenjacht

Op het moment van schrijven heeft ‘beangstigend’ op de AD-site veruit de meeste fans. Maar liefst 76 procent. Het getal is lekker vet gedrukt.

‘Ergerlijk’ en ‘deprimerend’ scoren ook goed, met respectievelijk 8 en 7 procent.

Dan zijn we er dus al bijna, wanneer we er voor het gemak vanuit gaan dat het totaal zo rond de honderd uitkomt.

Dat is in de journalistieke statistiek niet altijd duidelijk…

Ach, u moet de Hagenees niet altijd even serieus nemen.

Ik ben er zelf één.

Toen tien jaar geleden een man Philips-werknemers gijzelde en zichzelf daarna doodschoot omdat hij een kruistocht voerde tegen de breedbeeldtelevisie, zeiden ze bij mij in de straat: ‘Het zijn toch ook ondingen die breedbeeldtelevisies.’

Eerst waren ze werkloos vanwege de Turken, toen vanwege de Marokkanen en nu vanwege de Polen.

Al die tijd zaten ze met hetzelfde blikje Euroshopper-bier op een kruk, hun tranen met een roeptoeter in de rondte slingerend.

Huil maar, stil maar.

En dan tussen het pornosurfen dit bericht.

Een bericht dat steevast de krant in gaat met een grote foto van vrouwen met hoofddoeken die op de rug zijn gefotografeerd, ook al gaat het bericht over alles en iedereen die toevallig een oma in Costa Rica heeft.

Dan klikt de bange blanke op ‘beangstigend’.

Voor het multiculturele verzet gloort nog een klein beetje hoop.

Van de bezoekers klikte 2 procent op de optie ‘grappig’.

Ze zijn de helden van deze tijd en willen niets liever dan de bange blanken weer aan het lachen maken.

Ze zijn de ContraClowns.

Het meisje met de rode neus.

Met dank aan collega-Hagenees Gerard van den IJssel (www.gerardvandenijssel.nl)

Karnemelk in het Catshuis

De regering die afstand zou nemen van de multiculturele samenleving zit er nog steeds.

Ze is niet ergens anders gaan wonen en wij hebben ook geen nieuw bestuur gekregen.

Alsof je tegen je partner zegt dat je uit elkaar wilt gaan.

En dat het daarom de hoogste tijd is om samen te gaan wonen.

De kopstukken zijn al wekenlang bijeen in het Catshuis.

Daar eten ze, achter een massieve muur van Geen Commentaar, hun boterhammetjes met dikke plakken goudeerlijke kaas.

‘We kunnen de kinderen in Afrika ook belasting laten betalen, Geert.’

‘Zolang ze het geld dan maar niet zelf komen brengen, Mark.’

‘Hahahaha.’

En daar, terwijl Maxime het pak karnemelk nog eens rond laat gaan, zoeken ze naar het laatste stukje ideologische veer dat nog vastberaden kan worden weggeplukt.

Het laatste rotsvaste standpunt dat ineens boterzacht blijkt.

Omdat ze niets liever willen dan ons regeren.

En dat in de multiculturele mozaïekstad Den Haag,

Het zijn verwarrende signalen.

‘Maar nee,’ zei De Beste Vriend Van Mark (‘Ik mag Mark zeggen’; tja, wie niet), in de Haagse kroeg. ‘De regering neemt afstand van het relativerende ideaal van de multiculturele samenleving.’

Alleen: dat had de nieuwskoppen niet gehaald.

Dat vond De Beste Vriend Van Mark ook wel best.

Er waren tenslotte zat kiezers die wanneer ze een heel klein beetje jeuk in hun oksel hadden, de Marokkanen er alweer bij haalden.

Of de Polen, ze raakten soms zelf ook in de war.

Het zijn verwarrende tijden.

Binnenkort verschijnen de eerste pop-ups langs de grens.

‘U bezoekt Nederland via een ander land. Weet u zeker dat u Nederland wilt bezoeken?’

Een grote zwarte kous

Het liefst had de SGP de boerka zelf bedacht. Want, prijs de heer, wat was dát een prachtige uitvinding.

Met een boerka hoefde je niet langer te doen alsof er geen vrouwen in de kamer waren,  je hoefde niet te doen alsof je ze niet zag; je zag ze simpelweg niet.

De boerka bracht de vrouw in het openbaar terug tot een in het diepste zwart gestoken en met boodschappentassen voort sjokkend object.

De zwarte kous tot in perfectie doortrokken.

Met precies een stukje open bij de ogen zodat moeders de vrouw verdomme niet weer

het verkeerde merk pruimtabak zou kopen.

Was de SGP toch wat eerder geweest met de boerka?

Dan had de Partij van de Meeuwen fier de barricade op gekund voor ‘dezen Joodsch-Christelijken Traeditie’.

En ze had iedereen die het niet snapte knettergek, levensgevaarlijk, volslagen krankzinnig en sowieso een klein beetje links genoemd.

De liberalen zouden vertellen hoe dicht de boerka eigenlijk bij hun eigen gedachtegoed kwam, zolang het er één was die goed kleurde bij een parelketting.

Ze zouden met grote pullen bier proosten op het onvervreemdbare recht de boerka te dragen.

Om Nederland tegen de Nederlanders te beschermen.

Buschauffeurs die een vrouw met boerka liever niet vervoerden, tja, die hield je toch.

Maar ze zouden op de eerstvolgende partijdag van het CDA onder luid gejoel naakt het podium op moeten om godverdomme per direct hun lidmaatschap in te leveren.

De weigerchauffeur, de horzel, de kakkerlak.

En wanneer er dan buitenlanders, want tja die hield je toch, langskwamen die ons vroegen waarom we in godsnaam mannen toestonden om vrouwen in een grote zwarte kous te stoppen?

We zouden ze als één man, en hier en daar een mompelende vrouw, toe blaffen dat ze met hun rotpoten van onze rotboerka moesten afblijven.

Van onze Vrijheid.